Wet- en regelgeving

De oorsprong van Buma/Stemra ligt bij de auteurswet die in Nederland van kracht is. De wet is in Nederland in 1912 ingevoerd, de oprichting van onze organisatie volgde kort daarna.

Artikel 1 van de Auteurswet luidt:

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.

De Auteurswet biedt een vorm van economische bescherming voor de gehele ‘creatieve industrie’. Zonder wettelijke bescherming heeft het geen zin om origineel werk uit te geven, want iedereen zou vrij zijn om creaties te kopiëren of plagiaat te plegen. Dankzij de bescherming van de Auteurswet kunnen componisten, wetenschappers en ‘makers’ gerust hun originaliteit tonen en hier geld mee verdienen.

De rechten om werken openbaar te maken en te verveelvoudigen worden ook wel exploitatierechten genoemd. Veel muziekauteurs kiezen ervoor om hun exploitatierechten over te dragen. Ze laten het aan een andere persoon of organisatie over om hun muziekauteursrecht te exploiteren en vergoedingen te regelen voor gebruik van hun werk. Denk aan muziekuitgevers die op basis van een uitgavecontract (een deel van) de exploitatierechten overnemen om het werk van de auteur te promoten. Bijna 24.000 componisten en tekstdichters hebben de exploitatie van hun muziekauteursrecht overgedragen aan Buma/Stemra. Daar hebben wij toestemming voor nodig van de overheid, zo bepaalt artikel 30a van de auteurswet:

Voor het als bedrijf verleenen van bemiddeling in zake muziekauteursrecht, al of niet met het oogmerk om winst te maken, is de toestemming vereischt van Onzen Minister van Justitie.

In Nederland is Buma/Stemra de enige organisatie met die toestemming. Dat betekent overigens niet dat auteurs en uitgevers verplicht zijn om zich bij ons aan te sluiten. Andere landen kennen soortgelijke organisaties. Daarnaast is het ook mogelijk om Buma/Stemra het werk slechts deels te laten exploiteren. Lees daarover meer bij Flexibel Beheer.

45d

In de auteurswet is als het gaat om filmmuziek een bijzondere bepaling opgenomen. Auteurs en componisten hebben daarin een uitzonderingspositie.

In het artikel staat:

Tenzij de makers en de producent schriftelijk anders overeengekomen zijn, worden de makers geacht aan de producent het recht overgedragen te hebben om vanaf het in artikel 45c bedoelde tijdstip het filmwerk openbaar te maken, dit te verveelvoudigen in de zin van artikel 14, er ondertitels bij aan te brengen en de teksten ervan na te synchroniseren. Het vorenstaande geldt niet ten aanzien van degene die ten behoeve van het filmwerk de muziek gemaakt heeft en degene die de bij de muziek behorende tekst gemaakt heeft.

In de huidige situatie worden de makers geacht aan de producent van een filmwerk (speelfilm, commercial, bedrijfsfilm, documentaire, etc.) hun auteursrechten te hebben overgedragen, tenzij anders overeengekomen. Muziekauteurs hebben voor wat betreft de overdracht van hun rechten op specifiek voor de film geschreven muziek nu nog een uitzonderingspositie.

Momenteel is een wijziging op de wet in behandeling, die de sterke positie van de auteur of componist doet afnemen. n het voorstel wordt bepaald dat de filmproducent hoogstwaarschijnlijk automatisch uw rechten verkrijgt, zoals het recht om de film te verhuren, openbaar te maken, er ondertitels bij aan te brengen, de film in de bioscoop te (laten) vertonen en op dvd/Blu-ray uit te brengen, tenzij u en de filmproducent iets anders overeenkomen.

Een uitgebreide toelichting op de wijziging, die momenteel nog steeds in behandeling is, vindt u hier.